Overslaan en naar de inhoud gaan

Decentrale overheden falen in aandeel vrouwen aan de top

‘Centraal wat moet, decentraal wat kan’ is een fraai bestuurskundig principe. Maar het faalt als het gaat om vrouwen aan de top. Ondanks jaren van aandacht en streefcijfers blijft het aandeel vrouwen in bestuurlijke organen van decentrale overheden steken op 35 procent. De vraag dringt zich op of decentrale sturing hier nog wel volstaat.

Goed bestuur

Op lokaal en regionaal niveau worden besluiten genomen over jeugdzorg, werk en inkomen, woningbouw, ruimtelijke ordening, klimaat en veiligheid. Het zijn de plekken waar complexe maatschappelijke opgaven samenkomen. Deze opgaven vragen om goed bestuur: toekomstbestendige visies, zorgvuldige afwegingen en het vermogen uiteenlopende belangen en leefwerelden mee te wegen.

Goed bestuur ontstaat niet vanzelf. Onderzoek laat al jaren zien dat homogene besturen, met vergelijkbare achtergronden, loopbanen en perspectieven, minder goed zijn toegerust om complexe maatschappelijke vraagstukken te doorgronden. En nee, heterogeniteit biedt geen garantie op betere besluiten, maar vergroot wél de kans daarop, omdat het ruimte creëert voor heterogeen conflict: precies het type conflict dat vanzelfsprekendheden ter discussie stelt en blinde vlekken zichtbaar maakt.

Het aandeel vrouwen

Tegen die achtergrond is het des te relevanter om het aandeel vrouwen in deze bestuurslagen kritisch te bezien. Zo op het eerste gezicht lijkt daar weinig mee aan de hand te zijn. In de Monitor Genderdiversiteit staat het aandeel vrouwen in de (sub)top van de (semi)publieke sector inmiddels rond de 41%. Een jaarlijks stijgende lijn waaruit je zou kunnen afleiden dat het de goede kant op gaat.

De publieke sector laat zich niet echter als één geheel lezen. Zodra je dan ook inzoomt op decentrale overheden, verschijnt een heel ander beeld. Daar blijft het aandeel vrouwen in bestuurlijke top organen en toezichthoudende functies op een aantal plekken rond de 35% hangen. Soms zelfs lager. Een verschil dat gemakkelijk aan het zicht onttrokken blijft wanneer de focus vooral ligt op landelijke gemiddelden.

Een scherp contrast

Een contrast dat nog scherper wordt wanneer je deze cijfers het naast die van de private sector legt. Bij beursgenoteerde bedrijven ligt het aandeel vrouwen in RvC ’s inmiddels rond de 44%. Een verschuiving die grotendeels volgde op de invoering van de Wet evenwichtiger verhouding van zetels tussen mannen en vrouwen in bestuur en RvC’s van 2022. Wetgeving heeft daar een helpende hand geboden waar een moreel kompas alleen helaas onvoldoende bleek.

Deze wet geldt echter niet voor de publieke sector. Daar wordt gewerkt met streefcijfers, plannen van aanpak en interne programma’s. Serieuze inspanningen, zonder twijfel. Tegelijkertijd verschillen de uitkomsten sterk per organisatie en per bestuur en hangt het tempo af van lokale prioriteit en bestuurlijke aandacht. Dat dit weinig consistentie oplevert, werd al in 2020 gesignaleerd in een adviesrapport onder leiding van Claartje Vinkenburg, waarin werd gewaarschuwd dat vrijwillige en decentrale sturing in de (semi)publieke sector onvoldoende zou zijn om echte doorbraken te realiseren. Toch bleef wetgeving uit. Met alle gevolgen van dien. 

Stagnatie

Wat opvalt, is die hardnekkige 35%. Waarom groeit het aandeel vrouwen in publieke organisaties niet meer? Welke beelden van ervaring, gezag en geschiktheid sturen selectie en benoeming? En hoeveel ruimte is er werkelijk voor perspectieven die afwijken van wat lange tijd als vanzelfsprekend gold? Het zijn slechts een paar van de vragen die dit cijfer oproept.

Publieke verantwoordelijkheid vraagt om bestuurlijke tafels waarin verschillende perspectieven zichtbaar zijn. Wie voorbij de cijfers kijkt en de samenstelling van die tafels onder de loep neemt, ziet daar ook meteen de verklaring waarom beweging hier zo moeizaam tot stand komt. Daar ligt de kern van de stagnatie die cijfers alleen niet verklaren. De vraag hoe goed bestuur eruitziet in tijden van complexe maatschappelijke opgaven verdient een open gesprek. 

Hoe geef je diversiteit en inclusie daarin daadwerkelijk vorm en hoe organiseer je dat het geen bijzaak blijft maar onderdeel wordt van bestuurlijke kwaliteit? Wil je daarover wil sparren? Neem zeker contact op!

Auteur

Afbeelding
Sanne van Dooren
Sanne van Dooren